Wat heeft de schildklier met de hersenen te maken?

(deel 1: Hoe (sluimerende) hypothyreoïdie van de moeder de hersenontwikkeling van het kind beïnvloedt)

Waar we het functioneren van andere delen van het lichaam vrij goed kunnen verklaren door de analyse van chemische en fysiologische processen, bij de hersenen tasten we nog vaak in het donker. De hersenen werken anders, zijn complexer, bezitten ook een elektrische component. Nu er meer geavanceerd apparatuur beschikbaar is kunnen we eerste stappen tot een beter begrijpen van de hersenen zetten. Maar ondanks deze vorderingen is er op belangrijke fronten weinig vooruitgang geboekt. Zo is ons begrip van de factoren die spelen bij depressie nog altijd heel beperkt. Weten we over het ontstaan van ADHD en autisme nog bitter weinig om verandering voor elkaar te krijgen en is de wereldwijde zoektocht naar een oplossing voor alzheimer vastgelopen.

Alle aandacht was zo gericht op het begrijpen van dit complexe orgaan dat er weinig aandacht was voor de mogelijkheid dat hersenklachten misschien niet eens in de hersenen ontstaan, maar dat het symptomen zijn van een disbalans die ergens anders in het lichaam is ontstaan. Misschien moeten we voor oplossingen van hersenproblemen niet zozeer de hersenen (het schakelcentrum) doorgronden maar de machine (de organen) die permanent met het schakelcentrum communiceren.  Bijvoorbeeld de darm, onze hormonen, de bloedsuikerregulatie, de lever en onze schildklier.

Op het eerste gezicht ligt het misschien niet zo voor de hand om naar de schildklier te kijken. De schildklier staat tenslotte vooral bekend als thermostaat van ons lichaam. Zij bepaald onze lichaamstemperatuur door de stofwisselingssnelheid te bepalen. Ook heeft zij de functie van “toestemmingsorgaan”. Zij reguleert in dienst van de hersenen, samen met andere stoffen zoals leptine, of wij en waarvoor wij energie mogen gebruiken. De schilklier kijkt of we voldoende energie hebben om ook aan weefsel reparatie of reproductie te denken, of dat alle energie moet worden ingezet om stress het hoofd te bieden, of een virus te bestrijden. 

Hoe belangrijk de schildklier is, valt te herleiden uit het feit dat alle cellen in ons lichaam schildklier receptoren (antennes op de cellen, die reageren op het schildklierhormoon) hebben. Als de schildklier goed werkt kan ze op alle vlakken invloed uit oefenen. Als de schildklier, of de aanmaak van schildklierhormonen niet goed werkt, heeft dat omgekeerd ook invloed op het hele lichaam en met name op de hersenen. Hier zit namelijk de hoogste dichtheid aan schildklierhormoon-receptoren van alle organen.

Niet alleen het functioneren van de hersenen wordt beïnvloed door schildklierhormonen, ook de aanleg van de hersenen. Zo speelt onze schildklier (en ook de schildklier van onze moeder) vanaf de eerste momenten van ons ontstaan een essentiële rol. Zij bepaald de groei van onze hersenen en onze geestelijke ontwikkeling. Later bepaald de schildklier mede of we ons gelukkig en gemotiveerd voelen, door onder ander de invloed op de aanmaak van neurotransmitters in ons brein. Ook bepaald zij of onze hersenen voldoende energie hebben, of we helder kunnen denken.  Als we gezond en helder oud willen worden is het daarom van belang dat de schildklier goed werkt, vanaf het eerste moment van ons leven tot het laatste.

Hoe werkt de schildklier:

Aangestuurd door de hypothalamus en de hypofyse in onze hersenen via de hormonen TRH en TSH maakt de schildklier de hormonen thyroxine (T4) 90% en trijoodthyronine (T3) 10% aan. Een van de belangrijkste ingrediënten hiervoor is, naast het eiwit Tyrosine, het mineraal jodium.

Na het aanmaken van de schildklierhormonen worden deze tijdelijk opgeslagen en als nodig in inactieve vorm, gebonden aan een transport eiwit, afgegeven aan de bloedbaan. Zo verspreidt het hormoon zich door het hele lichaam. In de organen en weefsels wordt de inactieve vorm T4 vervolgens door een enzym omgezet in de actieve vorm “vrij T3”. Het hormoongehalte (T4 in het bloed) en het verbruik worden permanent gemonitord door de hersenen (negatieve terugkoppeling). Bij behoefde zenden zij weer een signaal aan de schildklier (TRH, TSH) om meer hormoon aan te maken.

Bij dit proces kan het een en ander mis gaan. Dan worden er teveel (hyperthyreoïdie), of te weinig (hypothyreoïdie) schildklierhormonen aangemaakt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er te weinig grondstoffen aanwezig zijn, een enzym niet werkt dat voor de omzetting nodig is (TPO), teveel/of te weinig transporteiwitten aanwezig zijn, de omzetting in de actieve vorm niet optimaal is (dejodinase), de antennes op de cellen (receptoren) niet op het hormoon reageren, of de terugkoppeling naar de hersenen niet werkt. In de loop der tijd kan een, in de meeste gevallen onzichtbaar, probleem ontstaan dat begint met vage klachten.

Falende diagnose/behandeling van schildklierproblemen:

60% van de mensen met schildklier problemen zijn zich er niet bewust van dat zij een schildklier probleem hebben. Meestal wordt het probleem pas opgemerkt als de schade zover is gevoederd dat de symptomen overduidelijk worden en de beschadiging van de schildklier een feit is.

Gevaar hierbij is dat als niet op tijd wordt ingegrepen, chronische klachten en autoimmuunreacties tegen de schildklier, maar ook tegen hersencellen (Anti-CNS antibodies;  Hashimoto’s encephalopathy, Antimyelin antibodies) kunnen ontstaan (1). Ook kan een wordende moeder met schildklierproblemen ongemerkt het leven van haar kind fundamenteel beïnvloeden.

Soms worden mensen voor klachten behandelt (bijvoorbeeld met antidepressiva) die  “bijverschijnselen” kunnen zijn van een te laag, of te hoog niveau aan schildklierhormoon terwijl de echte oorzaak (de schildklier) onzichtbaar blijft. 

Naast niet onderzochte schildklierklachten gebeurd het ook regelmatig dat er bij mensen met klachten wel naar de schildklier gekeken wordt, maar dat het niet functioneren niet wordt ontdekt. De bloedwaarden die de huisarts meet (TSH, of TSH en soms ook T4) kunnen namelijk kloppen, maar deze waardes zijn te beperkt om een echt beeld van de werking van de schildklier te geven. Zo blijven vaak zelfs duidelijk zichtbare schildklierproblemen onbehandeld. Worden ze wel ontdekt luidt het officiële advies voor bijvoorbeeld hyperthyreoïdie “acuut ingrijpen is zelden noodzakelijk” (richtlijnen NHG) waardoor het probleem blijft bestaan tot het zo verslechterd is, dat er wel iets aan gedaan moet worden.

Uiteindelijk is het zo dat als er dan iets gedaan moet worden, omdat een autoimmunziekte tegen schildklierweefsel is ontstaan, wel de te tekorten aan hormoon worden aangevuld, of de overproductie geremd.

De triggers die het autoimmuunproces hebben veroorzaakt (reactie op voedsel, of pathogenen via moleculaire mimicri, cellen die pathogene binnen laten via Neu5gc, toxines die zicht aan eiwitten binden, stress, darmproblemen, low grade inflammation, bloedsuikerproblemen..) en het overactieve immuunssyteem worden echter niet aangepakt, waardoor het autoimmuunproces doorloopt en er op ten duur meer klachten en meer autoimmunprocessen in andere delen van het lichaam bij zullen komen.

Wat is hypothyreoïdie: 

Hypothyreoïdie is een tekort aan schildklierhormoon. Dat kan meerdere oorzaken hebben. Bijvoorbeeld dat de schildklier zelf te weinig schildklierhormoon aanmaakt (primaire hypothyreoïdie). De twee belangrijkste redenen hiervoor zijn een tekort aan jodium en de autoimuun-schildklierziekte (ziekte van Hashimotos). Andere oorzaken zijn zoals boven genoemd het niet functioneren van een van de onderdelen van het proces. Ook kan het soms zo zijn dat de schildklier wel werkt, maar de hersenen niet. Dan maakt de Hypofyse (secundaire hypothyreoïdie) geen TRH, of de hypothalamus (tertiaire hypothyreoïdie) geen TSH aan.

Officieel wordt hypothyreoïdie vastgesteld als er in het bloed een verhoogde TSH en een verlaagde vrije T4 waarde wordt gemeten. Daarnaast wordt ook de term subklinische hypothyreoïdie gehandhaafd voor een licht verhoogde TSH waarde terwijl de vrije T4 waarde normaal is. Al deze waardes zeggen echter nog niet veel over hoeveel actief schildklierhormoon (T3) een cel uiteindelijk tot zijn beschikking heeft.

Hypothyreoïdie komt 5 keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en de kans erop neemt toe met de leeftijd.

Terwijl het aantal mensen die een te actieve schildklier ( hyperthyreoïdie) hebben al jaren redelijk ongewijzigd blijft, neemt het aantal mensen (prevalentie) met een te trage schildklier (hypothyreoïdie) echter duidelijk toe.

Afbeelding: De epidemiologie van schildklierziekten in de huisartsenpraktijk, van Boven, C., van den Bosch, W.J.H.M.

Is er een verklaring voor de plotselinge stijging van schildklier-problemen?

Er valt een hele reeks mogelijke oorzaken te noemen voor de duidelijke stijging van het aantal gevallen van hypothyreoïdie. Een aspect dat zeker niet onomstreden is, maar toch een belangrijke rol speelt, is het gegeven dat onze schildklier, die heel sterk doorbloed is, heel gevoelig is voor alle belastingen die het moderne leven met zich mee brengt. Stress, verkeerde voeding, toxische stoffen en een slecht dag en nacht ritme beïnvloeden allemaal de schildklier. All deze factoren zijn de laatste jaren toegenomen. Op drie daarvan wil ik hier kort ingaan:

1. Tekort aan grondstoffen voor de aanmaak van schildklierhormoon. Dat was in de geschiedenis van de mens altijd al de meest beperkende factor. Alles wat de schildklier nodig heeft komt voor in voeding uit de zee. Gebieden die ver van zee liggen hebben daarom altijd al meer last van tekorten. Nederland ligt aan zee, maar heeft een lage visconsumptie en weinig jodium in de grond.

Het bijzondere is dat de belangrijkste bron van jodium voor veel mensen momenteel brood is, waar het van nature niet in zit. Omdat het belang van jodium al langer bekend is en tekorten vaak voorkwamen, werd het in Nederland 1942 verplicht om gejodeerd zout of broodzout toe te voegen aan brood (inmiddels weer afgeschaft). Ondanks de hoge broodconsumptie vermoedt VU-hoogleraar Jaap Seidell dat ruim een derde van de Nederlandse bevolking mogelijk een (mild) jodiumtekort heeft (1A). Ook aan andere belangrijke voedingstoffen voor een optimale schildklier werking zoals vitamine A, selenium en eiwitten hebben we tekort. Hier komt bij dat gluten in brood juist slecht zijn voor de schildklier en de ziekte van Hashimotos kunnen veroorzaken. Een te veel aan koolhydraten (brood en koolhydraten vormen momenteel de basis voor onze voeding) en de daarmee gepaard gaande schommelingen van bloedsuiker zijn een andere bron van schildklierproblemen die door voeding wordt veroorzaakt.

2. Stress: Stress zoals dagelijkse stress van ons werk, psychische stress (door bijvoorbeeld een scheiding) maar ook stress, die ontstaat door problemen in ons lichaam, bijvoorbeeld een chronische ontsteking, permanente bloedsuikerschommelingen, nier of lever problemen, een darm die niet goed werkt, hormonen die niet op orde zijn of infecties al deze stressfactoren beïnvloeden allemaal de schildklier. 

3. Toxische stoffen: De schildklier is een van de meest gevoelige organen in ons lichaam als het om toxische stoffen gaat. Of dat nu stoffen in onze voeding, in het water, in de lucht, in ons huis, onze meubels (brandvertragers), verzorgingsproducten (xenooestrogenen), kleren, amalgaamvullingen zijn, of gewoon medicijnen die we slikken, zoals de pil, jodiumbevattende contrastmiddelen, lithium- of  sommige middelen voor het hart, alles belast onze schildklier.

Wat heb je dan voor klachten als je te weinig schildklierhormoon hebt?

Bij hypothyreoïdie kunnen lichamelijke klachten zoals vermoeidheid, droge huid, koude intolerantie, gewichtstoename, haaruitval, (en de buitenkant van de wenkbrauw) zwaardere stem (hees), obstipatie en visusklachten ontstaan.

Vaak zijn echter psychische klachten de enige, of eerste verschijnselen, van een schildklier probleem. Apathie, een slecht geheugen, lethargie, depressie, slecht slapen, somberheid en gevoelens van paniek en onrust, (lichte) dementie-achtige klachten, geheugen problemen, concentratieproblemen, traagheid (lichamelijk en geestelijk), mentale vermoeidheid en hersenmist (brainfog) kunnen te wijten zijn aan de schildklier.

Belangrijk om aan te merken, deze klachten kunnen optreden maar dat hoeft niet! Meestal wordt met name naar lichamelijke klachten gekeken en alleen als iemand aan het klassieke symptoombeeld voldoet, verder gezocht. Je kunt echter ook slank zijn en met name psychische klachten hebben. Niemand die dan naar de schildklier kijkt.

Schildklierhormonen spelen in alle fases van ons leven een belangrijke rol in het optimaal functioneren van onze hersenen, maar de grootste kwetsbaarheid voor een disbalans en zelfs voor kleine schommelingen ligt juist in de beginfase van de ontwikkeling van de hersenen in de buik van de moeder. Hier oefent de schildklier invloed uit op de aanleg (de hardware) van onze hersenen, de gevolgen zijn daardoor structureel en heel ingrijpend.

De invloed van de schildklier op de ontwikkeling van de hersenen:

Tijdens de zwangerschap, met name in de eerste fase als de schildklier van het kind nog niet is ontwikkeld, moet de moeder voor de schildklierhormonen zorgen die de embryo/foetus voor de ontwikkeling nodig heeft. De schildklierfunctie van de moeder verandert in deze fase sterk. Zowel de moeder als de foetus hebben een verhoogde behoefte aan schildklierhormoon waardoor de productie en daarmee ook de behoefde aan jodium sterk toe neemt (3A). Niet alleen de hersenen (via TSH en TRH) ook het zwangerschaphormoon hCG stimuleert in het begin van de zwangerschap de schildklier tot de productie van meer thyroxine (T4). De toename van het thyroxine (T4 en T3) in het bloed bereikt een piek rond 10-15 weken en blijft dan een tijd op waardes die 40-100% hoger zijn dan voor de zwangerschap. De verandering van de hoeveelheid schildklierhormoon dat de moeder aanmaakt loopt parallel met de ontwikkeling van de hersenen van de embryo/foetus.

Als een embryo (zo heet de vrucht van week 0-9) ongeveer twee weken oud is begint het zenuwstelsel zich te ontwikkelen. In de zesde week van de zwangerschap begint de ontwikkeling van verschillende delen van de hersenen. Tijdens de daaropvolgende foetale fase (week 9-einde zwangerschap) krijgen de verschillende delen van de hersenen steeds specifiekere functies en worden verbindingen gevormd tussen de zenuwcellen (40.000 per minuut!). Het hersenweefsel begint zich te plooien waardoor de hersenen zich in een aantal kleinere delen (kwabben) splitsen. Voor al deze stappen is de aanvoer van schildklier hormoon door de moeder essentieel. De hersenen van het kind zijn in deze fase, door de snelle groei en vele veranderingen, extreem gevoelig voor zowel storingen van buiten door bijvoorbeeld hormoonverstorende stoffen zoals BPA (in plastic) of PCB (in plastic en bestrijdingsmiddelen) (2) als ook zelfs kleine storingen van binnen zoals te weinig-/schommelingen van schildklierhormoon van de moeder (3).

Vanaf de 12de zwangerschapsweek is de foetus in staat jodium te stapelen en zelf het schildklierhormoon T4 te vormen. De aansturing hiervan loopt dan nog altijd via het schildklier stimulerend hormoon (TSH) van de moeder. Rond de 20ste zwangerschapsweek daalt het zwangerschapshormoon hCG en keert het niveau van de schildklierhormonen terug naar het niveau voor de zwangerschap. Op dat moment is de schildklier van de foetus volledig functioneel. De ontwikkeling van de hersenen van de foetus loopt echter door tot de geboorte en tot ver na de geboorte. Het aantal zenuwcellen dat het kind tot zijn beschikking heeft staat nu wel min of meer vast. Aan de efficiëntie van de hersenen wordt nog gewerkt. De ontwikkeling, myelinisatie en synapseliminatie of pruning (letterlijk ‘snoeien’) lopen  door tot ruim na de puberteit (23-25 jaar).  

Voor de cruciale rol van de schildklier is nog vrij weinig aandacht omdat zware onbehandelde hypothyreoïdie bij zwangeren niet zo vaak voorkomt (bij 4-6 op de 1.000 zwangeren). De reden hiervoor is dat hypothyreoïdie vaak de oorzaak is dat iemand niet eens zwanger kan worden.

Subklinische hypothyreoïdie (licht verhogde TSH normale T4 waardes) komt bij ca. 5-15% van de zwangeren voor. Over subtiele tekorten aan schildklierhormoon tijdens de zwangerschap zijn geen cijfers bekend, omdat deze niet gemeten, gediagnosticeerd of behandelt worden. Verwachting is dat dit heel vaak voorkomt. Dat zelfde geldt voor auto-immuunziektes van de schildklier (Hashimotos, Graves) waar de antilichamen tegen de schildklier vaak al 7-10 jaar aanwezig zijn voordat eerste symptomen zichtbaar worden.

Ook voor de consequenties die het niet aanvullen van de verhoogde behoefde aan jodium tijdens de zwangerschap en borstvoedingsperiode zouden kunnen hebben is nog weinig aandacht. De gevolgen die studies in die richting laten zien zijn echter ingrijpend en pleiten voor meer kennis en actieve preventie (4).

Wat voor gevolgen kan het hebben voor het kind als er een tekort aan schildklierhormonen is?

Een van de mogelijke gevolgen van te weinig schildklier hormoon tijdens de ontwikkeling die vaak genoemd wordt is aangeboren hypothyreoïdie bij het kind. Aangeboren (congenitale) hypothyreoïdie komt voor bij 1 op de 2.500 pasgeborenen. De reden is in 75% van de gevallen dat de schildklier van het kind onvoldoende is aangelegd of afwezig.  Hierop wordt in Nederland door middel van de hielprik gescreend (4A). Wordt het niet behandeld kan het leiden tot mentale retardatie, doofheid en spasticiteit.

Naar de gevolgen voor de hersenen zelf is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Het onderzoek dat er is, is vaak dieronderzoek omdat een dergelijk complex thema moeilijk op een andere manier te onderzoeken valt (5). Zo werd bij ratten kunstmatig een schildklierhormoon tekort opgewekt en gekeken naar de invloed daarvan op het nageslacht (6). Hierbij zijn volgende relaties gevonden tussen schildklier en hersenontwikkeling:

  1. Een vermindert aantal voorloper cellen (soort stamcellen) in de hersenen en daarmee ook een vermindering van de dikte van de hersenschors (de grijze massa, die we nodig hebben voor het denken en alle complexe handelingen die we dagelijks bewust moeten doen).
  2. Een verandering in de migratie en verdeling van neuronen tijdens de ontwikkeling. Het gevolg hiervan kan een structurele schade in de hersenen zijn en een grotere gevoeligheid voor epilepsie.
  3. Een verstoring van de differentiatie van de gliacellen (6A). Gliacellen zorgen ervoor dat de neuronen optimaal kunnen werken en voor de afweer. (zie beneden)
  4. Minder BDNF (brain derived neurotropic factor) Dat is een zenuwcel stimulerende factor die de overleving en de groei van neuronen bevordert. BDNF speelt een rol bij de vorming van nieuwe verbindingen. Dit proces is van belang voor leerprocessen en een goed functionerend geheugen. De hippocampus, een hersendeel dat betrokken bij de vorming van het langetermijngeheugen, is een belangrijke plaats voor de effecten van BDNF. BDNF reguleert ook de rijping en functie van interneuronen (zie beneden) 
  5. Bepaalde neuronen, die interneuronen of schakelcellen worden genoemd en door de neurotransmitter GABA worden aangestuurd zijn bijzonder gevoelig voor hormoon schommelingen. Schakelcellen zijn erg belangrijk, omdat ze verschillende hersengebieden met elkaar verbinden en zo het uitvoeren van complexe functies, zoals leren en het nemen van beslissingen mogelijk maken.
  6. Een veranderde genexpresssie. Waardoor bepaalde hersencellen (piramidale cellen in de hippocampus) minder dendrieten en synapsen ontwikkelen. Een studie van Willoughby et al. (6B) heeft laten zien dat kinderen van moeders met hypothyreoïdie een kleinere hippocampus hebben. Een kleinere hippocampus wordt geassocieerd met geheugenproblemen.
  7. Vermindering van de myelinisatie. De lange uitlopers van neuronen, axonen genoemd zorgen voor het geleiden van signalen over grotere afstanden. Om deze signaaloverdracht sneller te maken wordt er een laagje myeline (een soort isolatie-materiaal) om de axonen gevormd (door gliacellen met de naam oligodendrocyten). Deze isolatie zorgt ook ervoor dat het signaal alleen uitkomt bij de synaps aan het einde van het axon. Zonder myeline kan het signaal ook halverwege het axon overspringen. Bij schildklierproblemen is met name een vermindering van gemyelineseerde axonen in het corpus callosum en de commissura anterior te zien. Het corpus callosum (of hersenbalk) is een bundel van axonen (200 miljoen) dat de beide hersenhelften met elkaar verbindt. Een verstoring leidt tot een onevenwicht tussen functies die worden bepaald door de linker hersenhelft (detail, analytisch denken, vasthouden aan het bestaande, taal) ten opzichte van functies in de rechter hersenhelft (aandacht voor het geheel, creativiteit, nieuwe dingen verkennen) (6C)
  8. Een vermindering (tot 50%) van het enzym glutamic acid decarboxylase 65 (GAD65), het enzym is verantwoordelijk voor de omzetting van glutamaat in GABA. Glutamaat werkt stimulerend (exciterend) op andere neuronen. GABA is de tegenspeler van glutamaat en zorgt juist voor rust en ontspanning. Te veel glutamaat veroorzaakt onrust. Vermoedt wordt dat een disbalans tussen glutamaat en GABA ook epilepsie kan veroorzaken.
  9. De beschikbaarheid van de neurotransmitters (noradrenaline, adrenaline, dopamine en serotonine, acetylcholin en GABA) is vermindert. Dat beïnvloed het vermogen tot concentratie, de cognitieve prestaties, de visuele aandacht, het leervermogen en het vermogen tot ruimtelijk denken. 
  10. Motorcoördinatie en balans worden aangetast (veranderingen in het cerebellum).
  11. De ontwikkeling en rijping van het stress as (HPAas) van het kind wordt geijkt. Schommelingen in schildklierhormonen tijdens de zwangerschap  kunnen bijdragen aan een aangepaste “basis instelling” van het stress-as van het kind. Dit maakt het kind van begin af aan vatbaarder voor stress.

Ook al zullen de vaktermen die hierboven worden genoemd niet bij iedereen direct alarmbellen laten rinkelen, de problemen die eruit voort kunnen komen zullen wel herkenbaar zijn. Zelfs kleine verstoringen van de schildklierfunctie van de moeder kunnen in verband worden gebracht met een verstoring van zowel de cognitieve als ook de motorische ontwikkeling van het kind. Onder cognitief valt dingen onthouden, oplossen van problemen, verbale ontwikkeling, reactietijd, hyperactiviteit en intelligentie (8). Onder motorische ontwikkeling vallen balans, fijne motoriek (schrijven) en grove motoriek.

Andere termen die voor een verzameling van deze symptomen worden gebruikt zijn leerproblemen, ADHD, ADD (7) en autisme (8a). Schildklierproblemen tijdens de zwangerschap kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het cocktail dat leidt tot de ontwikkeling van deze aandoeningen.

Niet alleen voor het kind kan een slecht werkende schildklier gevolgen hebben ook de kans dat de moeder een postpartum depressie krijgt is vele male verhoogd door een slechte schildklier functie.

De invloed van schildklierhormoon op de gliacellen

Neuronen zijn het belangrijkste doel van het actieve schildklier hormoon T3. Een klein deel daarvan  wordt als vrij  T3 in het bloed vervoerd. Voor het grootste gedeelte van de bevoorrading met T3 zijn neuronen afhankelijk van gliacellen. Het zijn de gliacellen, met de naam astrocyten, die voor de omzetting van het inactieve hormoon T4 in het actieve hormoon T3 zorgen. Ook de gliacellen zelf hebben schildklierhormonen nodig om gevormd te worden en optimaal te functioneren. Ook al kennen weinig mensen de term gliacellen, zijn 50-80% (over de precieze verhoudingen is men nog niet eens) van de hersencellen zijn geen neuronen maar gliacellen. Er zijn 5 soorten gliacellen met ieder een eigen functie. Gliacellen zorgen voor onderhoud, beheer, verzorging van de synapsen, isolatie van neuronen, de opbouw van de bloedhersenbarrière en de verdediging tegen indringers. (8B)

De rol van gliacellen bij de inrichting/werking van de hersenen

Tijdens de ontwikkeling van de hersenen worden zoveel mogelijk verbindingen gevormd waaruit later geselecteerd wordt. Dat gebeurd middels pruning/snoei. Tijdens dit proces worden de verbindingen tussen neuronen die niet gebruikt worden, weer verwijdert.  Het maakt de hersenen efficiënter zodat wij complexere denkprocessen aankunnen. Tussen het 2de en het 10de levensjaar worden 50% van de verbindingen opgeruimd, maar het proces loopt door tot het 20te levensjaar. Het zijn onder ander de microgliacellen die voor het snoeiproces zorgen. Vindt dit proces te beperkt plaats blijven de hersenen een minder efficiënt netwerk.

Bij mensen met autisme bijvoorbeeld is vastgesteld dat dit proces van snoeien niet goed verloop. Zij behouden 84% van de verbindingen. De vergelijkingsgroep zonder autisme had na het snoei proces nog maar 59% van verbindingen over. Ook het aantal gliacellen zelf moet worden teruggebracht tijdens dit snoeiproces (8C). Soms is minder hebben blijkbaar meer waard en zorgen te veel verbindingen voor een verdwalen van het signaal. Een verstoring van de aanmaak en het functioneren van gliacellen door een tekort aan schildklierhormoon kan dit snoieproces negatief beïnvloeden.

Samenvattend:

De hierboven genoemde thema’s en mechanismes zijn een beperkte selectie om te laten zien hoe verweven de schildklier met de hersenfunctie van onze kinderen is.

Naast het feit dat er nog weinig aandacht is voor de belangrijke rol van de schildklier bij hersenproblemen, draagt ook de gebrekkige opsporing van de schildklierproblemen zelf bij aan het onzichtbaar blijven van de schildklier als een van de promotors van ziektes die we om ons heen zien toenemen zoals autisme, ADHD, leerproblemen.

Onbewust van deze invloed doen we weinig om het optimale functioneren van onze schildklier te ondersteunen. We eten weinig vis, schaal, schelpdieren of zeewier om onze schildklier te voorzien met de essentiële stoffen die zij nodig heeft: jodium, zink, selenium en eiwit. We leven in een stress rijke maatschappij en belasten ongemerkt de gevoelige schildklier met toxische stoffen die we via de voeding, de lucht, of via de huid binnen krijgen.

Met deze aanpak schaden we niet alleen onszelf maar beïnvloeden in grote mate ook het leven van onze kinderen! Misschien is dat een van de belangrijkste redenen om schildklierproblemen, met inbegrip van kleine afwijkingen, serieus te nemen en te focussen op preventie.

Bronnen:

1. Cognitive and affective dysfunctions in autoimmune thyroiditis (2014) Leyhe T, Müssig K. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24685840/

1A. Prevalentie, gevolgen en behandeling van een tekort
https://www.orthokennis.nl/artikelen/jodium

2.Vulnerability of the Developing Brain to Thyroid Abnormalities: Environmental Insults to the Thyroid System (1994) Susan R Porterfield https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1567088/

3. Maternal Thyroid Hormones Early in Pregnancy and Fetal Brain Development (2004) de Escobar GM, Obregón MJ, del Rey FE. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15157838/

3A. Iodine Nutrition in Pregnancy and Lactation (2012) Leung AM, Braverman LE. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3266621/

4. Effect of Thyroid Hormones on Neurons and Neurodevelopment (2018) Prezioso G. Giannini C.Chiarelli F. https://www.karger.com/Article/FullText/492129

4A. Congenitale Hypothyreoïdie https://draaiboekhielprikscreening.rivm.nl/ziektes/congenitale-hypothyreoidie

5. Thyroid Hormones in Brain Development and Function (2015) Juan Bernal, M.D., Ph.D. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK285549/

6. Influence of maternal thyroid hormones during gestation on fetal brain development (2017) Moog NK, Entringer S, Heim C, Wadhwa PD, Kathmann N, Buss C. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4819012/

6A. The Search for True Numbers of Neurons and Glial Cells in the Human Brain: A Review of 150 Years of Cell Counting (2016) Bartheld CS, Bahney J, Herculano-Houzel S. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5063692/

6B. Effects of maternal hypothyroidism on offspring hippocampus and memory (2014) Willoughby KA, McAndrews MP, Rovet JF.  https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24015847/

6C. Children Born to Women Treated for Hypothyroidism During Pregnancy Show Abnormal Corpus Callosum Development (2015) Samadi et al. https://www.liebertpub.com/doi/full/10.1089/thy.2014.0548

7. Maternal thyroid function during pregnancy or neonatal thyroid function and attention deficit hyperactivity disorder: A systematic review (2019) Drover SSM, Villanger GD, Aase H, et al.   https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6359926/

8. Association of Maternal Thyroid Function During Early Pregnancy With Offspring IQ and Brain Morphology in Childhood: A Population-Based Prospective Cohort Study (2015) Korevaar TI et al https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26497402/

8A. Autism four times likelier when mother’s thyroid is weakened (2013) https://www.sciencedaily.com/releases/2013/08/130813111730.htm

8B. Possible role of gliacells in het relationship between thyroid dysfunction and mental disorders Mami Noda https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4452882/

8C. Deficient autophagy in microglia impairs synaptic pruning and causes social behavioral defects (2016) H-J Kim and M-H Cho et al. https://www.nature.com/articles/mp2016103

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven